Ouders & ons knulletje

Dit was niet zo’n goede week, veel ups maar voornamelijk veel downs.

Maandagochtend zijn we naar Newcastle gereden om met zijn viertjes toch even een soort van mini-vakantie te hebben. We hadden twee hotelkamers geregeld in het Crowne Plaza en, nadat we de katjes nog van vers water en nieuwe brokjes hadden voorzien, hebben we de Landcruiser ingepakt en zijn we op ons gemakje vertrokken. Rond een uur of 2 stonden we voor het hotel en, na nog een half uurtje wachten tot onze kamers klaar waren, kon de vakantie dan eindelijk beginnen. Eerst maar eens even op ons gemak richting het strand gewandeld om even uit te waaien, mooie foto’s gemaakt en uitgebreid zitten kijken naar de surfers. ‘s Avonds lekker gaan eten in het restaurant van het hotel wat bij iedereen in goede aarde viel.

Op dinsdagochtend zijn we, na een redelijke nachtrust en ontbijt, naar de Hunter Valley vertrokken. Dit is maar een uurtje rijden vanaf Newcastle dus daar waren we al vrij snel. Meteen maar doorgereden naar de Hunter Valley Village om even rond te kijken en wat boodschapjes te doen voor de lunch. Snel nog even door naar de Smelly Cheese Shop voor wat extra kaas en daarna doorgereden naar het Mountainview uitzichtpunt. We hadden expres al de Landcruiser meegenomen omdat dit een niet al te toegankelijke weg is en daarom meestal ook redelijk rustig, ideaal dus voor een rustige lunch. Helaas was het al half twee en zaten we op de weg naar boven achter een grader en een wals van de werkploeg die de weg aan het vlak maken waren, zij hadden hun lunch dus net op. Gelukkig waren ze zo vrij om ons en de auto voor ons na een minuut of 5 erlangs te laten zodat we een paar minuutjes later op onze bestemming waren. Auto dwars op de weg geparkeerd, uitzicht op de vallei, kaasplankje erbij en rust, even weg van alles.

Nadat we bijna onze lunch ophadden stopte er een man in een Ford Falcon die ons vroeg of de weg begaanbaar was als hij doorreed, hem toch maar even uitgelegd dat hij dan toch een 4WD nodig had en dat de weg uiteindelijk toch weer uitkwam waar we begonnen waren dus dat het niet zo heel veel zin had om verder te rijden. Wij konden dat gelukkig wel en nadat we onze lunch ophadden zijn we naar beneden gestuiterd, mijn ouders eerste ervaring met off-road rijden. Hierna was het tijd om even bij Keith Tulloch op bezoek te gaan. We hadden mijn ouders meegenomen naar een Keith Tulloch wijn avond op de donderdag nadat ze gearriveerd waren en we hebben die avond bij Keith en zijn vrouw, Amanda, aan tafel gezeten als een soort van eregasten. Meteen maar verteld dat we naar de Hunter Valley zouden gaan die dinsdag en dat we op bezoek zouden komen. We waren de enigen in de hele winery dus we hadden de hele veranda voor onszelf. Emma, de dochter van de broer van Amanda heeft ons onze wijnen ingeschonken en uitleg gegeven en nadien hebben we nog even een korte rondleiding gekregen door de winery zelf waar de wijn geproduceerd wordt. Helaas konden we niet al te lang blijven want we wilden nog wilde kangoeroes vinden voor mijn ouders. Snel nog even gevraagd waar we deze makkelijk konden vinden en 5 minuten later hadden we er bijna eentje onder de auto liggen!!! Gelukkig kon ik hem ontwijken en zijn we even gestopt om ze te fotograferen. Nadat het te donker werd om nog foto’s te nemen zijn wij maar terug zijn gereden naar Newcastle om nog even wat te eten bij de lokale kroeg.

Op woensdagochtend op tijd uitgecheckt en de auto voor laten rijden voor het volgend avontuur, Stockton Beach. Dit ligt maar een half uurtje vanaf het hotel en zo stonden we dus rond 1 uur ‘s middags met zijn allen op het strand, met de Landcruiser. Je mag op Stockton Beach namelijk met de auto komen en dit wilden we met mijn ouders een keertje doen. Zij vonden dit vrij vermakelijk dus hebben we een paar uur rondgereden, wat duinen beklommen en afgedaald, wat schelpen gezocht en op ons gemakje geluncht. Omdat het woensdag was, was het erg rustig op het strand, we zijn maar 4 auto’s tegengekomen, dus dit was erg fijn. Normaal moet je om de andere auto’s heen rijden en oppassen dat je niemand raakt als je een duin oprijdt. Aangezien we ook nog terug moesten rijden naar Sydney hebben we er om een uur of 3 een punt achter gezet en zijn we richting Sydney vertrokken waar we om half zeven ‘s avonds weer thuis waren en begroet werden door 2 enthousiaste katjes.

Tot zover het fijne gedeelte van de week.

Woensdagavond om iets voor twaalven werden mijn ouders gebeld dat het heel slecht ging met mijn Ome Ad, dat is de zwager van mijn vader. Ome Ad had kanker en was opgegeven maar zou nog een tijdje te leven hebben. Mijn ouders waren voor hun reis nog even op bezoek geweest en toen ging alles redelijk, hij zou nog een keer chemo therapie krijgen om de kanker nog wat te stoppen en dat zag er allemaal redelijk goed uit. Toen hij echter in het ziekenhuis was opgenomen voor de chemo therapie, op de dag dat mijn ouders hier naar toe gevlogen zijn, hebben ze hem daar gehouden en is het slechter met hem gegaan.

Op donderdagochtend om half acht kregen ze een tweede telefoontje met het nieuws dat Ome Ad om 21:00 op woensdagavond was overleden in het bijzijn van zijn vrouw en zijn kinderen. Onze gedachten gaan uit naar Tante Jaan, Paul, Angela, Frans en hun kinderen en iedereen die dicht bij Ome Ad stond.

Nu hadden we gelukkig een rustdag gepland staan voor donderdag dus we hebben eerst maar eens even de tijd genomen om alles rustig te verwerken, op ons gemakje wat herinneringen opgehaald over vroeger en besproken wat dit voor gevolgen zou kunnen hebben voor mijn ouders schema. Hun originele vlucht terug zou zijn op woensdag 16 mei maar zij wilden graag bij de begrafenis zijn, mits deze gepland kon worden op dinsdag of woensdag zodat ze op maandag terug konden vliegen. Diezelfde avond hebben we een aantal keren met Nederland contact gehad om te kijken of dit geregeld kon worden en uiteindelijk is het nu zo dat mijn ouders op maandag 14 mei terugvliegen, ze op dinsdagochtend in Nederland arriveren en dan op dinsdagmiddag bij de begrafenis kunnen zijn. Dit kon gelukkig tegen geringe kosten geregeld worden met de luchtvaartmaatschappij. Op vrijdagochtend ook meteen geregeld dat de brug beklimming, die we gepland hadden voor mij en mijn vader op maandagmiddag, verzet zou worden naar zaterdagmiddag.

Op vrijdag zouden we naar het Featherdale Wildlife Park gaan om kangoeroes en koala’s te gaan aaien. Net voordat we gingen douchen begon Max een beetje vreemd te doen, hij begon braakneigingen te krijgen en stond wat onstabiel op zijn poten. Snel naar de keukenvloer gesleept maar er kwam niets uit en na een paar minuutjes ging hij maar weer in zijn doosje liggen slapen. We waren net klaar met douchen toen mijn moeder van beneden riep dat het niet goed ging met Max en toen we beneden kwamen lag hij naast de koffietafel, luid miauwend, verkrampt op de grond. Het dierenziekenhuis gebeld of we meteen terecht konden en gelukkig was dit geen probleem. Wij ons snel aangekleed, Max in een reismand gezet en naar het dierenziekenhuis. Onderweg heeft Max nog een aantal keren zo’n aanval gehad, gelukkig zat Kim met hem op de achterbank om hem een beetje te kalmeren, maar het was geen fijne rit. In het ziekenhuis hebben ze hem meteen in de zuurstoftent gelegd en een infuus aangesloten. Met de arts besproken wat de mogelijke oorzaken konden zijn en de aanpak en na de goedkeuring te hebben gegeven voor een aantal testen zijn wij weer naar huis gereden met de belofte dat ze ons rond 14:00 uur zouden bellen met een update.

Uiteraard zijn we maar niet naar Featherdale gegaan en om 14:00 uur belde inderdaad de arts met niet zulk goed nieuws. Max zijn bloedtest kwam terug met zeer lage waardes witte en rode bloedlichaampjes wat aantoonde dat zijn beenmerg niet functioneerde en wat inhield dat hij zeer waarschijnlijk toch kanker had opgelopen wat nu in een vrij vergevorderd stadium was. De dierenarts stelde 3 opties voor om verder te gaan:

  1. Een bloedtransfusie gevolgd door een biopsie van zijn milt, die vergroot was en een vergroeiing vertoonde om uit te vinden of dat de reden was voor zijn toestand, en een biopsie van zijn beenmerg, met daarna immuno-suppressors als het kanker zou blijken te zijn.
  2. Beginnen met immuno-suppressors om te kijken of die aan zouden slaan zonder te weten of dit zou helpen.
  3. In laten slapen.

We zijn toen meteen weer in de auto gestapt om terug te rijden naar het ziekenhuis, en om bij Max op bezoek te gaan om te kijken hoe het met hem ging, en om te beslissen hoe nu verder. In het ziekenhuis kregen we een kamertje waarna ze Max binnen brachten. Hij was zo enorm verzwakt en kon zijn kop amper zelf omhoog houden. We hebben hem een half uur geknuffeld totdat de dierenarts beschikbaar was. Uit het gesprek met de dierenarts kwam naar voren dat Max zijn kans op herstel heel erg klein was. Van de 30 katten die het ziekenhuis had behandeld met kanker was er eentje levend vanaf gekomen en die had niet alle symptomen die Max vertoonde. De opties die hij ons voorlegde zouden Max zijn leven maar met een paar dagen verlengen en we zouden hem sowieso niet meer mee naar huis kunnen nemen. Toen Max tijdens ons gesprek ook nog eens weer zo’n aanval kreeg als voorheen en de arts hem met spoed weer naar de zuurstoftent moest brengen hebben we besloten om hem in te laten slapen. Wel wilden we eerst Sox ophalen zodat ook zij mee zou krijgen wat er aan de hand was dus zijn we weer terug gereden naar huis om haar op te halen.

Helaas is Max, ons knulletje, op vrijdagavond om 18:05 uur vredig ingeslapen omgeven door iedereen die hem lief had (wij) en hem graag op zijn kop sloeg (Sox).

Hij heeft ons 12 jaar voorzien van zijn liefde, gezelschap, speelsheid, getrappel en knuffels en we zullen hem enorm missen. Gelukkig hebben we Sox nog die met haar 15 jaar nog steeds gezond is, we gaan haar nu maar extra verwennen en aaien.

Helaas waren de downs nog niet voorbij en hebben mijn vader, moeder en ik ook nog eens 3.5 uur doorgebracht op de Eerste Hulp van het ziekenhuis op vrijdagavond omdat mijn vader al 3 dagen een zeer slechte stoelgang had, op vrijdagochtend was begonnen met overgeven en buikkrampen had die niet weg gingen. Omdat ze op maandag vliegen wilden we toch zeker weten dat het niets ernstigs was dus zijn we met zijn drietjes, nadat ik net terug was van Max zijn overlijden, om kwart voor acht die avond naar de eerste hulp gereden om uit te vinden wat er aan de hand was. Gelukkig waren we vrij snel aan de beurt, we hebben maar een half uurtje hoeven te zitten in de wachtkamer, en kon het onderzoek beginnen. Met mij als tolk werd mijn vader ondervraagd over zijn toestand, er werd bloed afgenomen, zijn bloeddruk werd opgemeten en hij moest eigenlijk een urine- en stoelgangmonster aanleveren maar dit wilde niet helemaal lukken. Er werd ook meteen een infuus gestart om zijn lichte uitdrogingsverschijnselen tegen te gaan en na 1.5 uur aan het infuus en 3.5 uur in totaal stonden we weer buiten met de conclusie dat mijn vader lichtelijk uitgedroogd was van de stoelgangproblemen, ergens toch een lichte infectie opgelopen had en de rest van de dagen dat ze nog in Sydney zouden blijven, het rustig aan moest doen en vaak zijn handen moest wassen. Gelukkig niets ernstigs dus maar toch wel fijn om dat te weten voordat je 24 uur moet vliegen!!

Gelukkig was dat het laatste slechte nieuws wat we hadden. We hebben besloten dat we de brug beklimming toch maar zouden laten varen met mijn vaders toestand. Vandaag zijn we met zijn allen de stad ingeweest, nadat we net de ferry gehaald hadden, en hebben we op ons gemakje wat gewinkeld en rondgekeken in het Queen Victoria Building, The Strand en de Pitt Street Mall waarna we de ferry weer terug genomen hebben om rustig nog een avondje thuis door te brengen met Sox die zich, tot nu toe, goed vermaakt in haar eentje. Laten we hopen dat dat zo blijft…

Ondertussen zijn mijn ouders al ingecheckt voor hun terugvlucht naar Nederland en gaan we morgen alsnog kangoeroes en koala’s aaien. Wordt vervolgd…

Posted in 2012 by Bas. No Comments